Ouw golliegoap

Mijn oma leek dieper geworteld in haar Duizel dan de magnolia-boom die in de achtertuin stond. Maar waar die boom uiteindelijk weg moest, moest ook oma haar wortels ergens anders planten. Het viel haar zwaar – weg uit haar geliefde Duizel, waar we zo veel mooie herinneringen hadden.

Als oudste kleinkind heb ik het voorrecht dat ik veel van die mooie herinneringen met haar heb mogen delen. Dat we iedere zondag in Duizel waren. Als het goed weer was, waren we buiten. Met zand spelen in de blauwe plastic schelp die dan uit de schuur tevoorschijn kwam. Als we geluk hadden kregen we een emmer water om mee te brassen. Toen we ouder werden gingen we achter bij de schuur voetballen. Niet alle ruiten hebben dat overleefd. Voetballen was niks voor oma, maar ze heeft wel een paar keer gedart en zelfs touwtje gesprongen. En natuurlijk gingen we ieder jaar steevast de wielerronde kijken, waarbij de gezelligheid veel belangrijker was dan de ‘neige rennerkes’ zelf, zoals oma de wielrenners noemde. “Als je voor 10 uur komt hoef je geen entree te betalen”, zei ze. Als de ronde weer voorbij was en we hadden met de hele familie gegeten, gingen we weer naar huis.

Als het slecht weer was vermaakten we ons binnen met spelletjes. We speelden Rummikub of pesten. De winnaar werd Koning of Koningin pesten, zei ze dan. Iedere week was er wel een nieuwe titelstrijd. Of we beklommen de vlizo-trap naar zolder, waar andere spelletjes zoals Galgje en Stratego stonden. In de lade onder de kapstok lagen kleurboeken en tekenspullen. Eigenlijk vond ik de telefoon, die ook in de gang stond, veel interessanter. Zo af en toe belde ik per ongeluk wel eens een willekeurig iemand op. Doordat ik toentertijd als de dood voor ballonnen was, laat de oplossing voor mijn vroege telefoonverslaving zich raden.

Mijn broertje leerde bij oma koffie drinken in een klein kopje, met meer melk en suiker dan koffie. Als we buikpijn hadden, kregen we warme melk met honing. Later dronken we Pepsi light uit theeglazen. In de keukenkast stonden Pims koeken, café noirs, of soms een doosje After Eights. Eten, drinken, spelletjes – alles vond gewoon plaats aan de keukentafel. Toen ik op het Rythovius zat ging ik wel eens eten bij oma tussen de middag. Dan maakte ze de lekkerste struif, of ze warmde worstenbroodjes op. Maar wel dooreten, anders konden we Blokken niet zien op ‘de Bels’.

Hoe ouder ik werd, hoe meer ik wist bij Blokken, en hoe beter ik kon rummy’en. Oma gaf zich nooit zomaar gewonnen. Ook al was ze dan een ‘ouw golliegoap’, zoals ze zelf zei, ze was niet bot aan de scherpe kant. “Ik heb de zes nog niet voor de vijf zitten!” Ik hoop dat ik dat ook nog heb, als ik 94 mag worden. “Ik ga de 95 niet halen”, had ze begin dit jaar nog gezegd. En ze kreeg nog gelijk ook. Gelukkig ben je nu weer terug in Duizel, oma.

Advertenties

1 Comment

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s